Zelfrealisatie

Het Ego is fictief.

Doorheen de geschiedenis nam de psychologie de mens (subject) als biografisch ‘ik’ zonder meer aan: een handelend en leidend (lijdend) ‘persoonlijk ik’ doorheen alle gebeurtenissen. Dit ‘ik’ werd gelocaliseerd binnen de menselijke persoonlijkheid, afgebakend door de fysieke huid en binnen zijn onmiddellijk gedrag. Het subject (persoon) was slechts een ‘ik’ in een lichaam en in relatie met andere subjecten (mensen). De alom bekende term hiervoor werd het ‘Ego’ en al wat dit ego registreerde werd gezien als ‘ervaringen’.

Doorheen de afgelopen decennia werd deze visie nauwkeurig onderzocht, ontmanteld en vaak zelfs verworpen. Wat we voordien als ego, zelf, identiteit, continuïteit, … aanschouwden werd door verscheidene stromingen zoals de systeembenadering en quantumfysica ondermijnd. Onze persoonlijkheid wordt veeleer gezien als een relationeel gegeven, in interactie en vanuit een wederzijdse afhankelijkheid. Het vormt een deelgeheel binnen een breder geheel en kan niet lauter als een appart subject opgevat worden in een eigen afgebakende ruimte met eigen gevoelens, gedachten, gedragingen ed. Het breder sociaal-maatschappelijke veld bestaat niet slechts uit een som van afgescheiden ego’s, het is een levend systeem, gebaseerd op samenwerking, communicatie en uitwisseling. Je kan vanuit het appart deeltje nooit opmaken hoe een totaalsysteem werkt, daarvoor moet je naar de wisselwerking en de structuur kijken van het systeem zelf. 

Binnen een postmodern tijdperk wordt wat we voorheen als ‘waarheid’ aanschouwden, niet meer als geldig aangenomen. Het zelf kan niet meer gedefinieerd worden als een afgescheiden ego. Zo lang we geen zekerheid hebben over waar het ‘ik’ eindigd, dient psychologie en therapie open te staan voor de idee dat het zelf veel breder is dan dat we dachten. Integratieve therapie houdt rekening met zowel de uniciteit van elk persoon als het universele. Ieder mens heeft een intrapsychische dimensie (innerlijk) en een interpsychische dimensie (systemisch-relationeel). Waar beginnen en eindigen onze persoonlijke emoties, gedachten, handelingen?

Het zelf deint uit

Ecofilosofie aanschouwd het zelf niet als eindigend bij onze huid die een scheidingslijn vormt tussen jezelf, de ander en het andere. Wat ik denk, voel, ervaar of mijn symptomen zijn niet enkel van mezelf maar zijn tegelijk een uitingsvorm van het geheel, de cultuur en natuur waarin we leven. De aarde spreekt via ons over haar passies, kracht en zelfregulerend vermogen maar ook over haar pijn, wanhoop en moeilijkheden. De éénheid van Body-Mind-Soul (persoon) is een deelgeheel. Via zintuiglijke gewaarwordingen, het gewaarzijn, de gedachtestroom, visies en emoties, communiceert onze persoon (deelgeheel) over de verbinding tussen mens-cultuur-natuur (het geheel).

Biofilia.

De mens bevat, net zoals een plant in de aarde, een biologische neiging om te evolueren. Daarnaast bevat hij de aangeboren voeling van liefde tegenover de medemens en de bredere biosfeer (Biofilia). Groei en ontwikkeling wil daarom in relatie met het andere tot stand komen. Als deze natuurlijke basiswet verstoort wordt, dan zoekt de natuur of het systeem automatisch naar een nieuw evenwicht dat het best aansluit bij haar natuurlijke zijnsgrond. Helaas is dit niet altijd mogelijk en neemt het systeem het beste alternatief aan als mogelijkheid. Dit gegeven zien we zowel op het niveau van het persoonlijk, intermenselijk, cultureel en ecologisch vlak tot uitdrukking komen omdat ze net een geheel vormen en mekaar wederzijds beïnvloeden.

Humanistische Zelfrealisatie.

Binnen humanistisch geïnspireerde therapiemodellen, gaat er veel aandacht uit naar zelfrealisatie of zelfactualisatie. De stellingname is dat zelfempathie, zelfaanvaarding, groei en zelfrealisatie tot stand komt wanneer er een innerlijke ervaringsstroom op gang komt, een gevoeligheid voor innerlijke ervaringen. Gendlin spreekt in deze over de ‘helende innerlijke relatie’ en over de ‘volledig gevoelde lichamelijke betekenis (felt sense)’. Via het therapeutisch proces van ‘Focussing’ richt de cliënt zich op innerlijke betekenispotentialiteiten die niet als statische psychische inhouden aanschouwd worden maar als nog niet gevormde procesaspecten of de impliciet gevoelde zin. Dit proceswerk noemt men een ‘experiëntele benadering’ omdat het de nadruk legt op wat er ervaren (experiënced) word.

Gestalttherapie zal het zelfactualisatieproces benaderen vanuit de ‘veldtheorie’ als een  organiserend proces. Het zelf is niet statisch maar organiseert zichzelf voortdurend in een proces van uitwisseling in het ‘hier en nu’ tussen organisme en omgeving, binnen het allesomvattend Veld. Het zelf is hier eerder een werkwoord, een ‘zichzelven’ als voortdurend proces, een wisselwerkend veld dat bezig is te ‘zichzelven’ of het ‘zichzelvend veld’. Binnen een therapeutische setting zal gestalttherapie veel aandacht schenken aan ervaring, contact en beleven. Zelfrealisatie is het voltrekken van gestalten via het gestaltformatieproces waarbij men voortdurend gestalten (emoties, patronen, gedachten, rollen, …) loslaat en opneemt. Dit is een heel lijfelijk gebeuren aangezien het lichaam aanschouwd wordt als de contactgrens tussen individu en omgeving. Het zelf en het lichaam worden aanschouwd als één geheel, een ‘ik-lichaam’.

Wereldempathische zelfrealisatie.

Humanistische therapiemodellen hebben een zeer belangrijke waarde  binnen therapie. De meeste therapeuten houden zich echter uitsluitend bezig met de zelfrealisatie van hun cliënten, zonder het bredere systeem in rekenschap te nemen. Men spreekt over ‘buiten en binnenwerld’ over ‘individu en veld’ of over ‘contactgrens’. Ecopsychologie stelt in deze dat het zelf niet eindigd bij het individu of het lichaam maar het geheel insluit in haar wezen. De scheiding is eerder fictief. Het is niet omdat er verschillende fysieke verschijningsvormen of fenomenen bestaan, dat het zelf daarom beperkt of afgebakend is. Datgene wat er ‘tussen’ alle verschijningsvormen plaatsvindt bepaald het zelf. Wanneer we over empathie spreken tegenover zichzelf en de ander, dan kan dit zich niet beperken tot de menselijke sfeer maar dient dit de gehele biosfeer te omvatten. Zelfempatie en egocentrisme verandert dan in wereldempatie en ecocentrisme.

Dieptepsychologisch gezien kan het persooonlijk onbewuste (Freud) en het collectief onbewuste (Jung) herbekeken worden als het ecologisch onbewuste en het wereldonbewuste. Een dieptepsychologie vanuit dit perspectief kan psychische inhouden niet langer als statisch en persoonlijk aanschouwen of als collectief cultureel. De psyche wordt een deel van het geheel, met haar wortels in een organisch levend systeem van de aarde en het universum. De dualistische splitsing tussen psyche en materie, binnen en buiten, profaan en sacraal … vallen in deze visie buiten beschouwing.

Het ecologisch zelf.

Zelfrealisatie is dus niet slechts het tot uitdrukking brengen van een afgebakend of afgescheiden zelf dat zich enkel bezighoud met persoonlijke helingsprocessen en aspiraties. Als het zelf een cirkel is dat zich uitdeind en de ander en het andere mee insluit in haar wezen, dan betekent zelfrealisatie het actualiseren van potenties die het geheel ten goede komt. Dit betekent dat een therapeut niet slechts haar cliënt behandelt maar een heel systeem. Dit systeem is breder dan enkel het intermenselijke maar sluit de natuur in binnen haar model. Het zelf van cliënt, therapeut, familie, vrienden, gemeenschap, cultuur en natuur zijn niet afgebakend, ze stromen door elkaar heen. Deze visie vraagt een herziening over ideeën rond de cliënt-therapeut relatie, afstand-nabijheid, ruimte en tijd. Dit impliceert geen grenzeloosheid maar wel een visieverschuiving.