Ecofeminisme en Ecospiritualiteit

Wat is Ecofeminisme?

Feminisme is een algemene aanduiding voor een verzameling maatschappelijke en politieke stromingen of bewegingen die ongelijke (machts-)verhoudingen tussen mannen en vrouwen kritisch analyseert. De emacipatiebeweging komt op voor vrouwenbelangen, het streeft naar gelijke rechten en een verbeterde positie van vrouwen  binnen verscheidene contexten (Wikipedia).

Ecofemisisme is het samengaan van ecologische en feministische visies. Het stelt dat de ongelijke, onderdrukte en uitgebuite positie van vrouwen, rassen, sociale klassen, minderheidsgroepen, … gelijkloopt met de dominante, exploïterende houding tegenover de natuur of de aarde. Ecofeminisme gaat in deze een stap verder dan Diep(t)e Ecologie door te stellen dat niet antropocentrisme (mens is centraal) maar androcentrisme (man is centraal) aan de basis ligt van onze hedendaagse sociaal-ecologische crisis. Het centraal ecofeministisch grondbeginsel stelt dat het mannelijk eigendomsrecht over het land resulteerde in een dominantie-cultuur of het patriarchaat (beheerst door de vaders).

Matrifocale culturen.

Het patriarchaat zoals we dat nu kennen in de vorm van een monopoliserende economische grootmacht ten koste van het ecologisch en sociaal welzijn, kent een evolutie. Het oude Europa van 6000 jaar geleden onderging een verschuiving van een matrifocale horticulturele samenlevingsvorm (kleinschalige landbouwers) naar een patriarchale cultuur. Matrifocaal betekent dat de moeders een centrale rol vervullen in de samenleving. Dat kan omwille van matrilineaire afkomst en/of matrilocale woonplaats. Als je afkomst of  leefplek bepaalt wordt via de moederlijn, dan betekent dit dat naast haar centrale huishoudelijke functie, de moeder ook een belangrijke  plek inneemt betreffende eigendoms- en erfenisrecht. Dit mag niet verward worden met de term matriarchaat, hetgeen verwijst naar een allesbepalende, dominerende positie van de vrouw.

Maria Gimbutas: de taal van de Godin.

De ruimdenkende archeologe Maria Gimbutas noemde de matrifocale cultuur van het oude Europa (huidig Oost-Europa tot aan de Zwarte zee) egalitair omdat hun sociale structuur gebaseerd was op gelijkwaardigheidsprincipes. Dit uitte zich in gelijkheid tussen seksen (man – vrouw), maar ook tussen mens en natuur. Het waren vreedzame culturen, ze leefden van het land als beginnende landbouwers in combinatie met jacht- en visvangst.

De talrijke achtergebleven artefacten zoals keramiek, juwelen en godinnebeelden, getuigen van een rijk artistiek-religieus leven. Maria Gimbutas ontcijferde vanuit de vormgeving en symbolische figuratie, een taal die niet zozeer een economische beschrijving weergaf (zoals het Sumerisch spijkerschrift) maar eerder een spiritueel schrift. Het omschrijft de cyclische processen van geboorte, groei, aftakeling, dood en regeneratie. De beginnende landbouwers volgden deze seizoenscycli tijdens hun activiteiten van ploegen, zaaien, onderhouden, oogsten, opbergen en koppelden dit aan hun artistiek religieus leven. Maria Gimbutas spreekt over een Godinnecultuur waarbij de natuur en de landbouwcycli gelinkt worden aan een Godin die het leven schept,  onderhoudt, tot zich neemt en hercreëert.

Toen Koergische stammen (uit het huidige Rusland) naar Europa en het Oosten trokken, brachten ze hun  patrifocale, militaire en hiërarchisch gestructureerd cultuurmodel mee. Later ontstonden de steden die wij vanuit onze geschiedschriften kennen als de oude hoogaanstaande culturen zoals de Sumerische, Egyptische, klassiek Griekse, en Romeinse beschaving. De Christelijk- Middeleeuwse en alle latere periodes tot en met ons hedendaags industriëel-economisch georiënteerde cultuur, zijn allen georganiseerd vanuit hetzelfde hiërarchisch emperie-model of het patriarchaal principe.

Hyperindividuele autonomie versus wederzijdse co-existentie.

Het belangrijkste ecofeministisch perspectief binnen ecopsychologische context  is dat de patriarchale hiërarche of het piramidale stelsel iedere vorm van gelijkwaardigheid uitsluit. Dit resulteert in een cultuur waarin mensen autonomie nastreven als hoogste ambitie. Evolueren tot zelfstandig persoon is op zich een gezonde psychologische ontwikkeling. Het probleem is eerder dat mensen iedere vorm van wederzijdse afhankelijkheid en co-existentie als zwak en minderwaardig aanschouwen. Complete autonomie resulteert onvermijdelijk in concurrentieel gedrag of een afsplitsing tegenover zichzelf, de sociale context en de natuur. Maatschappelijke uitingsvormen hiervan zijn discriminatie, rascisme, seksisme, uitsluiting van minderheidsgroepen, ecosuicidaal gedrag,  … tot ernstige vormen als genocide.

Ego-centrisme en socio-centrisme zijn op zich normale ontwikkelingsfasen in een mensenleven of een cultuur, tenminste als ze niet vervallen tot regressief gedrag en een verdere persoonlijke of maatschappelijke evolutie in het gedrang brengen. Een ecologisch-sociaal bewustzijn kan enkel dan ontstaan wanneer bepaalde culturele normen, waarden en aangenomen verhalen omgebogen worden. Een pluralistisch bewustzijn is wereldcentrisch van aard en kan diversiteit verwelkomen als een meerwaarde, het persoonlijke en het universele vullen mekaar dan aan.

 

Spiritueel Ecofeminisme

Binnen spiritueel Ecofemisistische kringen wordt er veel aandacht geschonken aan traditionele inheemse opvattingen uit pré-Christelijke culturen. De Zwarte Madonna en de Oer-Godin staan metafoor voor een spiritualiteit die de cyclische natuur ervaart vanuit een lichamelijk intuïtief perspectief. Vrouwen worden vanuit matriarchaal gedachtegoed aanschouwd als de menselijke belichaming van de Goddinnekracht op aarde.

Vrouwen als ambassadeurs voor de aarde?

De stellingname is dat de vrouw via haar speciale band met de aarde beter kan invoelen wat er nodig zou zijn op mondiaal niveau. Als je vanuit animistisch tribaal standpunt naar deze stellingname kijkt dan kan dit vreemd overkomen. Mannen in tribale culturen zijn namelijk ook lichamelijk en intuïtief ingesteld. Ze hebben een goed contact met de aarde en voelen haar zeer goed aan, bijvoorbeeld tijdens de jacht. Dit bewijst dat het eerder gaat over mannelijke en vrouwelijke kenmerken die in ieder mens aanwezig zijn. De matrifocale culturen van de jager-verzmalaars tot en met de beginnende landbouwers, kenmerkte zich niet door het gegeven dat enkel vrouwen een beter contact hadden met de aarde dan mannen en daarom de spirituele ambassadeurs waren in hun gemeenschap. Matrifocale culturen kenmerkten zich eerder door hun egalitair, vreedzaam en animistisch-pantheïstisch karakter.

Als ecofeminisme vrouwen omwille van hun sterker ontwikkelde cyclische eigenschappen (scheppen, voeden, chaos, evenwicht, …) als ambassadeurs aanduidt om ons op te tillen uit onze hedendaagse ecologisch-sociale crisis, dan heeft dat ook een keerzijde. Mannen zouden vanuit dit denkpatroon hun verantwoordelijkheid tot het bijdragen aan verandering uit handen kunnen geven, hetgeen niet echt wenselijk zou zijn. Mannen en vrouwen dienen samen meer te luisteren naar de stem van de aarde die tot ons allen spreekt.

Van dualiteit versus éénheid, naar holistische diversiteit.

We betreden een tijdperk waarin het mannelijke en vrouwelijke niet meer als een dualiteit tussen seksen bekeken wordt maar als kenmerken die iedereen bezit. Mannen en vrouwen kunnen gerust op zoek gaan naar hun identiteit bij hun seksegenoten, zolang dat dit soort van bondgenootschappen maar niet uitmond in generalisaties. Tegelijk dient een cultuur die zich egalitair noemt, open te staan voor iedere vorm van sekse-identiteit en seksuele voorkeur. Binnen animistische culturen hadden genderdiverse, transgender, interseksuele mensen en/of holebi’s vaak een belangrijke functie. Hun zijnswijze werd aanschouwd als een spirituele inslag omwille van het overstijgend dualistisch karakter. Zonder mannen en vrouwen te willen onderbrengen onder dezelfde categorie (verschillen mogen gerust bestaan), kunnen we stellen dat dualistisch denken een splitsing teweeg brengt tussen man-vrouw, licht-duister, cultuur-natuur, … Binnen een nieuw mens- en wereldbeeld streven we naar een holistische visie.

Ondanks alle biologische verschillen en de zeer welgekomen diversiteit, zijn we allen aan elkaar verbonden door een netwerk dat aanwezig is op fysiek, psychisch, mentaal en spiritueel niveau. De aarde als systeem, of meer metaforisch uitgedrukt, de ziel van de aarde, de ‘Anima Mundi’ is een bewuste identiteit, een intelligentie waar we allen deel van uitmaken.