Biophilia en de Gaia Theorie
Wat is de Biophilia Hypothese?
De term biophilia betekent letterlijk ‘liefde voor het leven of levende systemen’. De ‘Biophilia Hypothese’ werd door Edward O.Wilson en Stephen Kellert geïntroduceerd in het boek Biophilia, the human bond with other species (1984). De term verwijst naar het gegeven dat menselijke wezens onbewust een verbinding zoeken met de rest van het leven. De hypothese suggeert dat er een instinctieve band bestaat tussen de menselijke soort en andere levende systemen.
Wilson schoof de mogelijkheid naar voren dat de diepe verwantschap die mensen hebben met de natuur, gewortelt is in onze biologie. Philias zijn aantrekkelijke en positieve gevoelens die mensen ervaren tegenover aanwezigheden en activiteiten in hun natuurlijke omgeving. Dit staat tegenover phobias hetgeen verwijst naar een afkeer en angsten die mensen ervaren tegenover zaken uit hun natuurlijke omgeving. Zo beschrijft arachnaphobie de angst voor spinnen.
Menselijke voorkeuren in relatie tot al het andere leven in de natuur is een product uit onze biologische evolutie, verfijnd door ervaring en cultuur. Zo voelen bijvoorbeeld volwassen zoogdieren (en vooral mensen) zich in het algemeen aangetrokken tot gezichten van baby-zoogdieren. De Biophilia Hypothese stelt dat de positieve respons van volwassen zoogdieren tegenover baby zoogdieren er voor zorgt dat de overlevingskansen van zoogdieren sterk stijgt.
De hypothese helpt ons tevens te begrijpen waarom veel mensen graag zorgen voor dieren en zelfs ernstige risico’s nemen om zowel gedomesticeerde als wilde dieren te redden. Daarnaast hebben veel mensen graag bomen, planten of bloemen in hun omgeving en voelen ze zich goed in de natuur, met andere woorden, onze natuurlijke liefde voor het leven helpt om het leven in stand te houden. Dit gegeven is volgens de biophilia hypothese dus niet louter psychologisch maar eerder genetisch bepaald. De hypothese kan bijdragen tot een gedeeltelijke herziening van de Darwiniaanse ‘survival of the fittest’ mythe als enige gangbare evolutietheorie. Het is niet enkel de ‘sterkste soort’ die evolutie bepaalt maar tevens de ‘liefde voor het leven en alle andere soorten’.
Wat is de Gaia Theorie?
De Gaia Theorie werd ontworpen door Chemicus Dr. James Lovelock die zich in de jaren zestig op verzoek van de NASA verdiepte in de mogelijkheid van leven op andere planeten. Dit wetenschappelijk onderzoek bracht hem tot inzichten over hoe het ontstaan, de instandhouding en het zelfregulerend mechanisme van leven op aarde mogelijk is. Hij noemde zijn theorie (na veel aarzelen) naar de Griekse aardegodin Gaia. Terwijl zijn visie in oorsprong bedoeld was als een puur wetenschappelijke theorie, is het nu uitgegroeid tot een ecologisch basisprincipe.
Volgens de Gaia Theorie zorgt het leven er zelf voor dat onze planeet leefbaar blijft omdat het een organisch systeem is dat zichzelf schept, onderhoudt en in evenwicht houdt volgens natuurlijke wetten. Volgens de theorie bestaat het leven niet uit losse delen maar vormen alle organismen samen één samenwerkend geheel. De omstandigheden die mensen en andere organismen nodig hebben om te overleven, worden door het leven zelf gecreëert. Planten bijvoorbeeld produceren de zuurstof die we inademen.
De gaia theorie stelt dat het voortbestaan van het leven op aarde verklaart kan worden door het leven met al haar biodiversiteit en het leefmilieu op aarde te zien als twee delen van éénzelfde systeem. Zo beschouwd is de aarde een groot zelfregulerend systeem. Dit houdt ook in dat de aarde in staat is zichzelf te herstellen als ze uit balans geraakt. Volgens de theorie zijn alle organismen, gesteenten, oceanen, zeeën en de atmosfeer met elkaar verbonden door stromen van energie, water en voedingsstoffen in en rond de aarde. Door dit vermogen tot zelfherstel is de aarde zelfs in staat om een zware crisis te overleven, als deze crisis tenminste niet té veel vraagt van het zelfregulerend systeem. Onze hedendaagse industriële levenswijze vraagt meer dan de aarde kan bieden en het verstoort voortdurend haar zelfregulatie. Systeemtheoretisch spreken we dan over een systeem in ‘runaway’.
Ik eindig dit gedeelte door James Lovelock zelf aan het woord te laten via een gedeelte uit zijn artikel ‘what is Gaia?’:
“Als we allen wezens zijn, groot en klein, van bacteriën tot walvissen, een deel van Gaia, dan zijn we allen potentieel belangrijk voor haar welzijn. We wisten diep in ons hart dat de vernietiging van een hele reeks van andere soorten verkeerd was, maar nu weten we pas waarom. We kunnen niet meer eenvoudigweg spijt hebben als één van de grote walvissen, of de blauwe vlinder uitsterft. Wanneer wij één van hen op onze aarde uitroeien, dan vernietigen we ook een deel van onszelf want we zijn zelf een deel van Gaia.
Er bestaan evenveel redenen voor vertroosting als voor ontsleltenis als we contempleren over de consequenties van ons lidmaatschap binnen deze grootse gemeenschap van levende organismen. Het kan zijn dat één rol die wij hier vervullen inhoud dat we fungeren als bepaalde zintuigen en een deel van het zenuwstelsel van Gaia zijn. Doorheen onze ogen ziet ze voor het eerst haar fraai gelaat en doorheen ons bewustzijn wordt ze bewust van zichzelf. We behoren hier inderdaad te zijn. De aarde is meer dan gewoon een thuis, ze is een levend systeem en wij zijn er een deel van”.