Het Web dat leven heet.
Interview met Joanna Macy door Geseko von Lüpke
Hoe zou u de toestand in de huidige wereld beschrijven?
We leven in een economische groeimaatschappij die enorme gevolgen heeft voor de hele planeet en waar geen enkele regio of cultuur immuun voor is. Ons economisch systeem is gebaseerd op de voortdurende uitbuiting van grondstoffen en op de productie van steeds meer afval, waardoor het levensondersteunende systeem van de Aarde verstoord wordt, zowel voor menselijke als niet-menselijke soorten. We zitten dus in een proces van totale verstoring van de levensondersteunende principes. Los van de vraag wat wij daartegen in het werk kunnen stellen, staat het vast dat de toekomstige generaties ertoe veroordeeld zijn om in een zwaar beschadigde wereld te leven.
Hoe reageren we op deze situatie?
Met angst! Dat is momenteel het geval en dat is altijd al zo geweest. Mensen merken dat er enorm veel aan het veranderen is en schrikken hiervan. Deze angst uit zich meestal op twee manieren. Het kan tot paniek leiden, tot irrationele reacties, we worden agressiever en willen ons beschermen. De sociale hysterie groeit en uit zich in religieus fundamentalisme, nationalisme en vreemdelingenhaat. Of het kan zijn dat we een nauw daarmee samenhangend gedrag gaan vertonen: we komen in de greep van verlamming en willen ons afsluiten voor alle politieke en maatschappelijke problemen.
Waar ligt de wortel van deze crisis?
Ik geloof dat de crisis waarin we ons nu bevinden in de kern geestelijk van aard is. Je kunt het beschouwen als een ziekte die onze cultuur heeft aangevreten en ertoe heeft geleid dat we onze diepste waarden ter discussie stellen en niet meer weten hoe we ons moeten oriënteren. We kunnen ook spreken van moreel verval, omdat de bezieling tussen ons en onze omgeving is verbroken. Onze maatschappij lijdt aan haar eigen creatie van antropocentrisme: we zien onszelf als kroon op de schepping en als middelpunt van de wereld. Wat we daarbij nog het meeste missen is een werkelijk inspirerende visie over een gezonde betrekking tussen onszelf en de wereld om ons heen.
Waaruit bestaat naar uw mening het grootste gevaar voor morgen?
Ik denk dat van alle gevaren die ons bedreigen – zoals militarisme, vervuiling, overbevolking, uitstervende diersoorten – er geen gevaar zo groot is als onze ontkenning. Dat maakt namelijk dat we niet meer reageren. Zelforganiserende systemen , of dat nu een gemeente, een land of een planeet is, corrigeren foutieve ontwikkelingen normaal gezien door terugkoppeling of feedback. Maar door ontkenning wordt die feedback onmogelijk. Als een systeem de terugkoppeling blokkeert, staat dat gelijk aan zelfmoord. Elk systeem dat niet de consequenties van zijn handelen wil inzien, brengt zichzelf uiteindelijk om zeep.
Hoe komen we tot deze destructieve ontkenning?
We zijn bang. We geloven dat we zo kwetsbaar en klein zijn, dat het ons zal verscheuren als we ons gevoel over de toestand in de wereld werkelijk toelaten. We zijn bang voor een diepe depressie of een gevoel van verlamming. Maar het tegendeel is het geval. Wanneer we de gevoelens woorden geven, merken we dat we er niet alleen in staan, maar dat deze pijn veel verder gaat dan ons kleine ego en dat het consequenties heeft, die veel verder gaan dan onze persoonlijke behoeften en wensen. We gaan dan namelijk een soort ruimere identiteit van onszelf beleven. Als we de pijn die we voor de wereld voelen onderdrukken, dan isoleren we ons daarmee van de ander. Als we het accepteren, erkennen en erover spreken, dan worden we het levende bewijs van onze verbondenheid met al het leven. En het bevrijdt onze bereidheid om anderen te helpen. Ik ben dankzij het Werk dat weer Verbindt tot het inzicht gekomen, dat onze pijn over de toestand in de wereld en onze liefde voor de wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het zijn twee zijden van dezelfde munt.
Wat kunnen we doen, als de gebruikelijke opvatting om de wereld waar te nemen en te begrijpen, niet meer werkt?
Als we oude opvatting durven laten varen, stellen we ons daarmee tegelijkertijd open voor een veel ruimere zienswijze op het leven. De kern van deze nieuwe zienswijze ligt erin dat we de wereld in een veel grotere, levende context kunnen waarnemen: ons idee over de wereld verandert dramatisch als we haar als een levend systeem beschouwen en onszelf als een deel van een levend Aardelichaam in de breedste zin van het woord. Een steeds grotere groep mensen begrijpt dit perspectief, dat verstrekkende gevolgen heeft voor de aard van onze relatie met de wereld: voor onze creativiteit, onze levenskwaliteit en voor onze innerlijke en collectieve volwassenheid. Gezien de problemen in de wereld zou je denken dat het hier om niet meer dan een visioen en een droom gaat, maar aspecten ervan komen al langere tijd in onze moderne cultuur tot uitdrukking.
Waar ziet u deze ontwikkelingen plaatsvinden?
Op drie wezenlijke gebieden: ten eerste is de kans op een ommekeer toegenomen dankzij het feit, dat we voor de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid te maken hebben met een – zelfveroorzaakte – verstoring van de biologische fundamenten van het leven. Geen enkele generatie voor ons werd geconfronteerd met dergelijke veelomvattende vraagstukken of bedreigingen. De drang om te overleven zal de druk verhogen om oude denkpatronen en onze omgang met elkaar ter discussie te stellen en om nieuwe concepten te accepteren. Er waren nog nooit zoveel kennis en inzichten voorhanden over de consequenties van een beperkt en geïsoleerd menselijk zelfbeeld voor de wereld als vandaag.
Ten tweede biedt de moderne wetenschap ons al een aantal jaren theorieën en concepten over denkpatronen, die we goed kunnen gebruiken om conventionele ideeën over grenzen tussen het individu en zijn/haar omgeving af te breken. In tal van onderzoeken die het geheim van het leven willen ontsluieren (op het vlak van biologie, fysica, chemie en genetica), komt men net zoals in de systeemtheoretische benadering tot de conclusie dat de klassieke scheidslijn van ons denken tussen de persoon enerzijds en de omgeving anderzijds kunstmatig is en dat het in het leven gaat om een wederkerig interactief proces.
En ten derde zijn alle grote religieuze tradities begonnen om zich weer bezig te houden met de wortels van een holistische, niet-dualistische spiritualiteit. De scherpe scheidslijn tussen het individuele zelf en de omringende wereld, tussen God en mens, innerlijk en uiterlijk, hemel en aarde zal daarmee steeds meer vervagen.
Laten we met het laatste beginnen: welke uitwerking kan een dergelijke spiritualiteit op de politiek hebben?
In plaats van een alleen naar binnen gerichte beweging, ontstaat daarmee een ‘sociale mystiek’, waarbij meditatie en sociale of ecologische actie samenvallen. Deze benadering is een wezenlijk onderdeel binnen het boeddhisme en het islamitische soefisme, en in het christendom komt het nadrukkelijk voor onder wat men noemt de ‘scheppingsspiritualiteit’. Steeds meer mensen beginnen zich te interesseren voor de wijsheid van inheemse volkeren omdat die betrekking heeft op de verbinding met de Aarde; we herontdekken bijna verloren gegane concepten over heelheid in de tradities van moedergodinnen uit de oertijd.
Al deze visies brengen ons weer in contact met de idee van de levende heiligheid van de wereld. De weg van de intellectuele zoektocht wordt hier niet langer als een vlucht uit de slechte wereld naar een paradijselijke hemel gezien. Veel meer wordt hier de wereld zelf tot een klooster, en wordt de wereld als een toneel van geestelijke transformatie, of als een geestelijk leraar of een heilig oord beschouwd.
U had het over nieuwe wetenschappelijke theorieën, waarmee we ons een nieuw wereldbeeld kunnen vormen. Waar ontmoeten de holistische theorieën uit de religie en de moderne natuurwetenschap elkaar?
De integrale benadering in de wetenschap of theologie brengen in de kern, in steeds nieuwe bewoordingen, de wederkerige verbinding van mensen met het leven en alles dat bestaat tot uitdrukking. De wetenschappelijke inzichten uit de moderne algemene systeemtheorie helpen de westerse mens om de nieuwste ontdekkingen van dit met-elkaar-verbonden-zijn te leren begrijpen.
Tot in onze tijd was de klassieke westerse wetenschap uitgegaan van het idee dat men de wereld kon leren begrijpen en onder controle brengen door het in kleine
stukjes te verdelen. De geest werd van de materie, de organen van ons lichaam en de planten van hun ecologische systeem gescheiden, en zo werd elk onderdeel apart onderzocht. We hebben op deze manier veel onderzocht en ontdekt, maar tevens hebben we met deze manier van onderzoeken verzuimd om een aantal wezenlijke vragen te stellen. Essentiële vragen, over hoe de afzonderlijke delen samenwerken en verbanden vormen om het leven als geheel te behouden, bleven liggen. Steeds meer wetenschappers zijn daarom steeds meer het geheel van de delen en het proces in plaats van geïsoleerde substanties gaan onderzoeken. Wat ze daarbij ontdekten was dat het geheel – of het nu om cellen, lichamen, ecosystemen of om planeten ging – niet alleen uit een massa op zichzelf staande losse delen bestaat. Ze werden zich bewust van dynamische, complex georganiseerde en uitgebalanceerde systemen, die met elkaar in betrekking staan en bij elke beweging, bij iedere functie en bij elke energie-uitwisseling wederzijds van elkaar afhankelijk zijn. Ze stelden vast dat elk element een onderdeel van een groter patroon is, dat zich op grond van herkenbare principes verbindt en ontwikkelt. Deze principes zijn door wetenschappers vastgelegd in de algemene systeemtheorie.
Het begrip systeem schijnt een nieuw sleutelwoord te worden…
De systemische manier van kijken naar de werkelijkheid wordt door vele denkers als de grootste en meest verstrekkende cognitieve revolutie van onze tijd gezien.
De antropoloog Gregory Bateson noemde het ‘de grootste hap uit de Boom der Kennis sinds 2000 jaar’. Door het systeemdenken hebben we een instrument in handen gekregen waarmee we onze realiteit anders kunnen ervaren. In plaats van willekeurige, gescheiden eenheden te zien, worden we ons nu meer en meer bewust van de verbindingen die als dynamische patronen en als een ‘web van leven’ kunnen worden waargenomen. Deze nieuwe zienswijze, die ons via de systeemtheorie wordt aangereikt, is een onderbouwing van het biologische feit dat we open systemen zijn, die steeds met de omliggende wereld uitwisselen om te leven en te overleven. Door de interactie vormen zich steeds nieuwe relaties waardoor ook de omgeving op haar beurt weer vorm krijgt.
Deze zienswijze weerspreekt toch eigenlijk ten diepste ons individuele zelfbesef?
Op het eerste gezicht misschien wel. In feite heeft in de moderne westerse wereld ieder van zijn bewoners – door opvoeding, school en alledaagse ervaringen – meegekregen, dat het om concurrentie zou gaan en dat ieder van ons een afgescheiden en geïsoleerd individu is. De mensen leven vanuit de opvatting dat ze zich als op zichzelf staande wezens in de wereld moeten handhaven, sterker moeten zijn dan anderen, macht moeten uitoefenen en zich tegen anderen moeten verdedigen en beschermen. In plaats van onszelf als veranderlijke open systemen te begrijpen, zijn we onze persoonlijke relaties, ons economisch handelen en de internationale politiek gaan baseren op de gedachte van afgescheidenheid. Dit leidt in ons privéleven tot verharding, in de economie tot concurrentie en in de politiek tot macht en hebzucht.
Hoe verandert deze nieuwe systemische zienswijze ons wereldbeeld?
Tijdens ervaringen van isolatie en concurrentie ontstaat door deze nieuwe zienswijze een totaal ander beeld van de werkelijkheid. Dat wat wij al heel lang voor waarheid hebben aangenomen, namelijk dat er afzonderlijke individuen, objecten en delen bestaan, raakt steeds meer op de achtergrond, terwijl andere, onzichtbare processen, die we tot nu toe als onbelangrijk of niet-bestaande beschouwden, plotseling meer in ons waarnemingsveld komen. Waar we voorheen afgescheiden objecten zagen, zien we nu een beeld van dynamische open structuren in een groter systeem verschijnen. In plaats van objecten of individuen komen nu de onderlinge relaties meer in beeld. Waar we in de wereld lange tijd juist de tegenstellingen ervoeren – waarbij de substantie van proces, het zelf van de ander en de gedachte van het gevoel werd gescheiden – kunnen deze tweedelingen geen stand meer houden nu we kennis hebben van de interactie in open systemen.
Wat tot voor kort gescheiden eenheden leken te zijn, laat zich nu kennen als iets dat in zo hoge mate met elkaar verbonden is, dat de grenzen alleen maar willekeurig gemaakt kunnen worden. Wat leek op de ‘ander’, kan ook als een verruiming van hetzelfde organisme worden beschouwd, als een mede-cel of ‘metgezel’ in een groter lichaam.
Welke consequenties heeft dat voor ons zelfbeeld en mensbeeld?
De consequenties zijn niet alleen voor ons zelfbeeld en mensbeeld dramatisch, maar ook voor onze positie, taakopvatting en verantwoordelijkheid in de schepping als geheel. We ontdekken dit nu voor het eerst. Als we de wereld begrijpen als een samenhangend geheel, met onszelf als een integraal bestanddeel daarvan, dan gaan we daarmee naar een nieuw niveau van ervaren, van bewustzijn, en van waarneming van de werkelijkheid en onze verhouding ermee.
Met dit nieuwe model voor waarnemen hebben we de mogelijkheid om onszelf als levend deel van een levend aardelichaam te begrijpen. Als open en denkend systeem worden we daarmee medescheppers, hoe klein of groot ook; we vormen hiermee kleine draadjes in het grote web van gevoel en kennis.
Als open systemen draagt ieder van ons bij aan de schepping. Als ons bewustzijn en onze kennis groeien, dan ontwikkelt zich ook het bewustzijn en de kennis van het grote web. Het lijkt alsof we deel zijn van een groter bewustzijn. Het web van het leven daagt ons uit en roept ons op om eraan verder te knopen.
Psychologisch gezien schept deze verandering van perspectief een verschuiving om van een gevoel van isolatie en angst te groeien naar vertrouwen. In plaats van het hele systeem te domineren om moeizaam controle te behouden, komen we er met deze manier van kijken toe om werkelijk deel te nemen aan het geheel. Dit maakt een ontwikkeling mogelijk waarbij we strikt geformuleerde doelen achter ons laten en op weg gaan naar meer vrijheid. In deze vrijheid komt de ziel steeds meer tot haar recht met steeds weer nieuwe mogelijkheden om zich te ontvouwen.
Het gaat om een verandering van een controlerende naar een aanvaardende houding, die meer ruimte biedt om met de diversiteit van de echte wereld om te gaan. En het is een mentale verandering, die ons van een orthodox geloofssysteem en een afhankelijkheid van externe autoriteiten terugbrengt naar een radicale openheid voor de eigen authentieke ervaring. Het gaat dus om een overgang naar een nieuwe vorm van waarneming of een nieuwe code, waarmee we de werkelijkheid ontsluieren. Het is een verandering van het gevoel van isolatie naar deelgenootschap, en het gevoel om een geïntegreerd deel van iets groters te zijn. Hierdoor wordt het mogelijk om onze ervaringen in een nieuwe context te leren plaatsen. Het is als de bevrijding uit een kooi. We kunnen hiermee onze tot nu toe individueel begrensde ervaringen van eigen denken en handelen als een soort doorstromen in een groter systeem gaan begrijpen.
Deze zienswijze geeft ons ook een nieuw begrip van de kwaliteit van onze emoties, zintuiglijke ervaringen en gevoelens. Individueel lijden is onlosmakelijk met het grotere lichaam verbonden, persoonlijke vreugde is de vreugde van het grotere geheel. Door onze waarneming stellen we het grotere systeem dat de Aarde is in staat zichzelf waar te nemen. Hiermee geven we onze zeer persoonlijke en unieke ervaring een nieuwe waarde, omdat we haar nu ten dienste van het grotere geheel kunnen stellen.
Wordt daarmee het klassieke beeld van het individu overbodig of wordt het in een nieuwe context geplaatst?
Eerder het tweede. Arthur Köstler heeft om de dubbele existentie van de mens te typeren, het begrip van de ‘holon’ bepleit. Hij stelde vast dat alle levende systemen holons zijn – of ze nu organisch als een cel van een mensenlichaam zijn of superorganisch als een gezelschap of ecosysteem. Ze hebben een tweeledige essentie, omdat ze een volledig systeem op zich zijn en gelijktijdig ook deel uitmaken van een grotere essentie.
Levende fenomenen doen zich derhalve voor als een systeem in een ander systeem, als velden in andere velden, als een set Russische matroesjka-poppetjes die in elkaar passen alleen omdat ze een veelvoudige relatie tot elkaar hebben. Elk van hen representeert het geheel. De interactie van atomen geeft het organisatieprincipe weer van moleculen, de moleculen vormen de basis van cellen, cellen de basis van organen, organen de basis van het organisme, organismen de basis van een groep, enz.
Het leven is in dit opzicht in een hiërarchische structuur opgedeeld, die echter niet met hiërarchische machtsstructuren te vergelijken zijn, maar die door een wederzijdse afhankelijkheid van elkaar wordt gekenmerkt. Levende systemen ontwikkelen hun aanpassingsvermogen en intelligentie daarin niet door een afscheiding van de omgeving, maar door een voortdurend toenemende openheid voor de doorstroom van energie, materie en informatie.
Betekent dat niet de terugkeer naar het collectief?
Integendeel! Er kan geen sprake meer van zijn dat we onze individualiteit opgeven om in de massa op te gaan. Het grotere geheel bestaat niet uit vele gelijke, maar uit veel ongelijke delen. Een uniforme monoliet heeft geen innerlijke intelligentie. Het dynamische, zichzelf organiserende geheel leeft door de innerlijke veelvoud en levendigheid van de delen. Daarin ligt de paradox van de individualisering van vandaag: hoe meer ik word die ik ben, des te meer kan ik een scheppend deel van het geheel worden. Het gemeenschappelijke in het geheel wordt pas levensvatbaar, als het innerlijke verschil volledige erkenning krijgt. Het gaat er dus om dat we worden wie we werkelijk zijn en dat we zo onze unieke bijdrage kunnen leveren aan de evolutie van het leven.
Welke rol speelt de relatie tussen de individuen in dit wereldbeeld?
Het oude idee van macht als de uitdrukking van individuele kracht en heerschappij gaat dan niet meer op. Macht is dan geen privilege van het individu meer of een geïsoleerd fenomeen in de strijd om de voordelen. Macht is dan veel meer een expressie en een functie van de relatie. Ze ontstaat tussen individuen die het proces van samenwerken aangaan. De aard van de verandering ligt in de interactie, in het uitwisselen, in de relatie tussen twee mensen. Wat we ook nodig hebben, is een kwantumsprong in onze vaardigheid om met elkaar in relatie te treden, te delen en op elkaar te reageren. In de versterkte nieuwe arbeids- en levensstructuren – die we dringend nodig hebben – gaat het er om, de eigen vaardigheden en sterke kanten te cultiveren en ze met anderen te delen. Er zijn maar weinig mensen die zich bewust zijn van de gevolgen die het nog altijd heersende mechanistiche wereldbeeld heeft voor de toestand van de planeet. De meeste mensen hébben zelfs geen bewust wereldbeeld en volgen gewoon de trends.
Hoe zou u de ethische en emotionele patronen beschrijven in het menselijk gedrag dat voortkomt uit onze onbewuste houdingen en paradigma’s?
Als we het over onze relatie met de Aarde hebben, dan kunnen we mijns inziens drie visies onderscheiden, die al in de spirituele tradities zijn terug te vinden. De eerste en tot vandaag overheersende visie is dat je de wereld als een slagveld beschouwt. Deze visie is zowel terug te vinden in de Bhagavad Gita, de oude Perzische wijsheden als in het Westen: het gaat altijd om de strijd tussen goed en kwaad, tussen de krachten van licht en duisternis. Uit de actualiteit blijkt dat deze zienswijze in tijden van verandering nog steeds een grote aantrekkingskracht op ons heeft. Als oude structuren niet meer functioneren, is het zeer verleidelijk om zo te denken. Maar het is uiteindelijk een houding van (religieuze) fundamentalisten.
In de andere wijdverbreide visie wordt de wereld gezien als een val, waar we intrappen, waar we in gevangen zitten en waar we ons uit moeten bevrijden. Dat betekent echter dat we ons niet uit deze wereld kunnen bevrijden, maar dat we ons van het lijden en de illusies moeten verlossen. Deze zienswijze zien we terug in vele religies: zowel in het hindoeïsme met het concept van de grote illusie, ‘Maya’, maar ook in het christendom, het jodendom, het boeddhisme en in de ‘new age’. Daardoor is er altijd een diepe behoefte om het lijden te ontvluchten en een innerlijk of hemels oord op te zoeken, die meer waar, waardevol en vrij zou zijn.
Ik geloof dat beide zienswijzen hebben bijgedragen aan de moeilijkheden waar we vandaag voor staan. Ze bevinden zich in onze denkstructuur en hebben een vernietigende uitwerking op onze wereld.
Welke alternatieven zijn er voor het ‘slagveld’ en de ‘val’?
Ik zie de wereld als deel van mezelf en als mijn geliefde. Dat zie je terug in alle mystieke stromingen binnen religies. In de tantrische traditie van het hindoeïsme en het boeddhisme wordt gesproken over een diep erotisch contact met de wereld. Het christendom kent heiligen zoals Hildegard von Bingen, die in alles de goddelijke geliefde zien. Wie zo naar de wereld om zich heen kijkt, maakt haar weer heilig. En om de wereld meer als een deel van mijzelf te ervaren, zijn binnen de mystieke tradities allerlei methoden ontwikkeld. De kunst is om die opnieuw te ontdekken. In onze tijd kan de diepe ecologie ons daarbij helpen.
Wat verstaat u onder diepe ecologie?
Binnen de diepe ecologie beschouwt men de Aarde als een levend systeem, waarin alles met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk is. Diepe ecologie onderscheidt zich van de traditionele ecologie omdat zij uitstijgt boven het antropocentrisme. Bij dit laatste worden ecologische problemen alleen in het voordeel of profijt van mensen opgelost. De diepe ecologie kijkt in plaats daarvan naar de kringloop en de systemen van de natuur zelf, en daarmee stellen we de mens in dienst van het grotere geheel. De diepe ecologie bevrijdt ons en stelt ons in staat om met meer wijsheid en inspiratie te handelen. Met deze aanpak wordt het gevoel vergroot dat we deel uitmaken van het universum. Vervreemding, het gevoel van isolatie en uitbuiting maakt dan plaats voor een gevoel van gemeenschap met de levende Aarde en al het leven. En dat heeft een heel interessant effect: het wakkert onze creativiteit en onze bereidheid om elkaar te helpen aan.
Komt de mens hiermee niet weer terecht in een reddende rol?
Ik denk het niet. Een basisuitgangspunt van de diepe ecologie zegt dat alles een innerlijke waarde heeft – en dat alle levensvormen en de natuur zelf beschikken over een zelfregulerend systeem. Alles heeft een eigen innerlijke schoonheid, een eigen waarde, en een eigen bestaansrecht. Dit uitgangspunt leidt tot een houding van respect ten aanzien van alles wat leeft. Het gaat bij deze dienstbaarheid niet om het doen, maar om de hoofdzaak, dat het regenwoud bestaansrecht heeft en dat het een functie heeft die van levensbelang is voor het levende Aardelichaam. Als we dat begrijpen en ervaren, dan leidt deze levenshouding tot een diepe vorm van liefde en respect. Tegelijkertijd wordt het in deze zienswijze helder hoe we met het Aardelichaam zijn verweven, hoe de Aarde een deel van ons is, en wij een deel van de Aarde zijn. In de diepe ecologie hebben we het over de ontwikkeling van ons ‘ecologische zelf’. We ervaren onszelf dan als essentiële en unieke bestanddelen van het grotere levende geheel. We zijn geen geïsoleerde doeners, maar we staan in een zeer persoonlijke relatie tot de wereld en kunnen ons daardoor gesteund en gedragen voelen.
Hoe is het mogelijk om vanuit deze haast mystieke verbinding tot politieke actie te komen?
In de actie komt de mystiek naar voren door burgerlijke ongehoorzaamheid, zitblokkades voor bulldozers of door het tot stand brengen van nieuwe initiatieven. Het kan alleen ontstaan vanuit de relatie. Je kunt je niet meer in een kamertje terugtrekken en aan jezelf werken. In dit proces is de interactie met de omringende wereld nodig. Onze ervaring van het grote geheel is afhankelijk van de relaties van individuen. Het geheel wordt pas een ervaring, als we de relatie aangaan.
In het begin van dit gesprek hadden we het erover, dat toekomstige generaties in een zwaar beschadigde wereld zullen leven. Hoe zullen deze mensen op deze tijd terugkijken?
Als toekomstige generaties op deze tijd zullen terugkijken, zullen ze het waarschijnlijk hebben over de tijd van de Grote Ommekeer. Want juist nu brengen we de verandering tot stand van een industriële groeimaatschappij naar een levensondersteunende samenleving. Dat is een enorme verandering, die op dit moment plaatsvindt. Als we deze verandering niet doorzetten, is het niet mogelijk een duurzame samenleving op te bouwen, omdat onze overheersende levensstijl daar geen ruimte voor biedt.
Dus als toekomstige generaties terugkijken, zullen ze dat met respect doen, met compassie en dankbaarheid, om wat wij in deze tijd van ‘de Grote Ommekeer’ voor elkaar hebben gekregen. Wij lijken onze aandacht vooral op de vernietiging van de wereld te richten.
Waar kun je deze ‘Grote Ommekeer’ vandaag de dag al zien dan?
Ik zie deze veranderingen op drie verschillende niveaus, en elk ervan is zeer belangrijk. Het meest zichtbaar is het niveau van de acties die ertoe bijdragen de vernietiging van sociale en ecologische systemen af te remmen, zodat tijd wordt gewonnen. Dat zijn de politieke acties, de demonstraties en blokkades, wetsvoorstellen, de actieve inmenging in burgerinitiatieven en geweldloos verzet. Op dit niveau zijn er de meeste bestraffingen, is er de grootste openbaarheid en lijden de meesten aan een opgebrand gevoel. De meeste mensen identificeren zich met dit soort acties. Daarin ligt voor hen de sociale verandering en sommigen geloven, dat dat de enige weg is.
Maar zoals we weten is dat niet voldoende… We hebben ook een tweede niveau nodig, waarbij men zich verdiept in wat er structureel verkeerd is gegaan. Welke instituten en machtsfactoren dragen bij aan het systeem? Welke alternatieven kunnen worden uitgeprobeerd en toegepast om zo tot een levensondersteunende samenleving te komen? Dit betreft bijvoorbeeld alle initiatieven die zich met het mechanisme van de globalisering bezighouden en waarbij duurzame en rechtvaardige economische modellen worden ontwikkeld.
En ook dat is nog niet genoeg? We hebben nog een derde fundamentele verandering nodig, waarbij we naar de eigenlijke motieven van mensen vragen. Wat willen wij? Wie zijn wij? Wat hebben wij nodig? Dat is het niveau van de bewustzijnsverandering, dat is het niveau, waar we onze waarneming verbeteren en onze behoeftes opnieuw formuleren, ons zelfbeeld opnieuw bepalen en onze relatie met de wereld om ons heen heroverwegen en opnieuw vormgeven. Daar vindt een revolutie in de waarneming en in het bewustzijn plaats. En dit alles gebeurt in een ongekend hoog tempo.
Betekent het dat we zowel in een tijd van desintegratie als in een tijd van verandering en integratie leven?
Ik noem het ‘positieve desintegratie’. Dit vindt altijd plaats als een systeem onder stress raakt en zich verder ontwikkelt. Het gebeurt met sociale systemen maar ook met denksystemen en bij individuen. Dit begrip omschrijft, wat met een systeem gebeurt als oude richtlijnen, normen en waarden niet meer functioneren. Zo zijn vele waarden en doelen van de moderne industriële samenleving, zoals ‘hoe groter hoe beter’ of ‘groei tot elke prijs,’ inmiddels tot een gevaar voor ons geworden. Als zulke basismotto’s hun waarde verliezen, komen we in een chaos terecht, voelen we ons verloren en geloven we, dat we dit niet zullen overleven. Maar wat sterft is alleen onze ziens- en handelwijze. We leven verder en vinden nieuwe vormen.
Hoe kunnen mensen dit pijnlijke proces aangaan?
Op weg ernaartoe lijkt het me van belang om niet te preken en te doen alsof je nobeler bent en meer verantwoordelijkheid draagt voor de toekomst van de planeet; Belangrijker is dat je hen in plaats daarvan aanmoedigt om de eigen ketens te verbreken.
Het is net of onze gevangenis steeds kleiner wordt en ons afscheidt van onze toekomst; en in de ruimte die we hebben wordt het steeds hectischer. Daar zijn we niet op gebouwd. Als we ons ecologische zelf ontdekken, kunnen we ook diep in onszelf kijken en zien welke handelingen niet meer passen. En deze erkenning geeft vreugde, is opwindend en doet het hart sneller slaan, en daarmee wordt moraliseren overbodig.
Kunt u ons richtsnoeren aanreiken als leidraad bij dit proces?
Ik wil mensen graag aanmoedigen om hun eigen weg te vinden voor de oplossing van de problemen. Ik heb wel een paar suggesties, die hun nut al vaak hebben bewezen.
Ten eerste: wees dankbaar dat we in deze tijd leven en dat we door de omstandigheden worden uitgedaagd om na te denken over verandering. Er wordt een sensueel (haast erotisch) instinct in ons gewekt om het leven te willen behouden.
Het tweede advies is: heb geen angst voor de toekomst die nog donker lijkt, geen angst voor onzekerheid, stress en verlies; dit alles hoort immers bij ingrijpende veranderingen. Alles wat nieuw is, komt eerst tot rijping in het donker. En we kunnen niet op een blauwdruk wachten om de eerstvolgende stap te zetten.
De derde tip is: stroop je mouwen op! Engageer je op politiek gebied, probeer inzicht te krijgen, en stel vragen naar doel en zin van maatregelen. Iedereen kan dat! Ga niet achterover zitten, en laat je niet ontmoedigen en verlammen. Er is zoveel te leren en te doen in deze tijd.
En ten vierde zou ik willen zeggen: heb de moed om een nieuwe visie ten toon te spreiden. Als we de psyche met een spier vergelijken, dan is ons voorstellingsvermogen de minst ontwikkelde spier. We hebben dat nodig om onszelf toe te staan, een positieve visie van de toekomst in ons te laten opbloeien. Want al wat via ons in de wereld wil komen, moet eerst vorm krijgen in ons eigen bewustzijn.Dit betekent dat we ‘stervensbegeleiders’ moeten worden voor de oude cultuur en‘vroedvrouwen’ voor de nieuwe cultuur. Twee kwaliteiten die tegelijkertijd nodig zijn.
Interview met vriendelijke toestemming van uitgever Arun-Verlag overgenomen uit het boek ”Politik des Herzens”, ISBN 978-3-935581-33-2
Vertaling interview: Irma Lamers – Heleen ter Ellen
Gelieve deze tekst met respect te behandelen en niet zomaar over te nemen vooraleer even contact op te nemen, bedankt, David Jelinek
